Inhoudsopgave
Is woei goed Nederlands?
Beide vormen correct Na wat speurwerk in de naslagwerken blijkt dat zowel woeien als waaiden correct zijn. Maar waaiden is het meest gebruikelijk.
Is het jaagde of joeg?
Het werkwoord jagen heeft twee verleden tijden: jaagde en joeg. Het heeft onder meer de betekenissen ‘vervolgen om het buit te maken en te doden’ en ‘dwingen om te gaan, drijven, verdrijven’. De zwakke vorm jaagde is het oudst; in de zestiende eeuw kwam de sterke vorm joeg ook in gebruik.
Beide vormen correct Na wat speurwerk in de naslagwerken blijkt dat zowel woeien als waaiden correct zijn.
Heeft gehad of had gehad?
hebben/vervoeging
| vervoeging van het werkwoord hebben | ||
|---|---|---|
| tegenwoordige tijd | verleden tijd | |
| hij, zij, het | heeft | had |
| onvoltooid deelwoord | voltooid deelwoord | |
| hebbend | hebben gehad |
Heb Of ben verbleven?
Taaltip: ik ben verbleven of ik heb verbleven? Ik heb verbleven is het gewoonst in bijvoorbeeld ‘Ik heb deze zomer een weekje op de Veluwe verbleven. ‘ Verblijven betekent dan ’tijdelijk gevestigd zijn’, ‘vertoeven’, ‘logeren’.
Welke werkwoorden worden met zijn vervoegd?
“Zijn” wordt o.a. met de volgende frequente werkwoorden gebruikt: “beginnen”, “blijken”, “blijven”; “komen”, “gaan”; “blijven” en “blijken”; “gebeuren”, “geschieden”; “vergeten”; “worden” en “zijn”; “lukken”, “mislukken”, “slagen” (en de composita waarmee deze werkwoorden eventueel worden gevormd):
Wat is de verleden tijd van waait?
waaien/vervoeging
| vervoeging van het werkwoord waaien | |
|---|---|
| tegenwoordige tijd | verleden tijd |
| het | waaide woei |
| onvoltooid deelwoord | gebiedende wijs |
| waaiend | waai |
Wat was vroeger de verleden tijd van wassen?
schoonmaken (met water)Bewerken
| vervoeging van de bedrijvende vorm van wassen | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs | kort | |
| tegenwoordig (o.t.t.) | was | wast |
| verleden (o.v.t.) | waste | waste |
| toekomend (o.t.t.t.) | zal wassen | zal wassen |
Heb of had gegeven?
geven/vervoeging
| vervoeging van de bedrijvende vorm van geven | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs | kort | |
| tegenwoordig (v.t.t.) | heb gegeven | hebt/heeft gegeven |
| verleden (v.v.t.) | had gegeven | had gegeven |
| toekomend (v.t.t.t.) | zal gegeven hebben | zult/zal gegeven hebben |
Heeft of had gedaan?
Een voltooid deelwoord, zoals gedaan, kan zowel voor als na het werkwoord hebben staan. Het is een hardnekkig misverstand dat het voltooid deelwoord alleen achteraan mag staan. Als we praten, hebben we zelfs meer de neiging om het voltooid deelwoord vooraan te zetten.
Heb gestopt of ben gestopt?
stoppen/vervoeging
| vervoeging van de bedrijvende vorm van stoppen | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs | ||
| tegenwoordig (v.t.t.) | heb gestopt | hebt gestopt |
| verleden (v.v.t.) | had gestopt | had gestopt |
| toekomend (v.t.t.t.) | zal gestopt hebben | zal/zult gestopt hebben |
Heb gewonnen of ben gewonnen?
Winnen wordt met hebben vervoegd. In België komt ook de vervoeging met zijn voor als het werkwoord zonder lijdend voorwerp wordt gebruikt, maar dat is geen standaardtaal. Ik heb de wedstrijd gewonnen. Ik heb gewonnen!
Wat is het verschil tussen perfectum en imperfectum?
Het perfectum plaatst de werking in (een periode in) het verleden, zonder die duidelijk aan een moment te koppelen; het imperfectum doet dat laatste wel. Vergelijk: ‘Al zijn broers hebben de waterpokken gehad’ (ooit, in het verleden) en ‘Al zijn broers hadden de waterpokken’ (bijvoorbeeld in het najaar van 2003).