Inhoudsopgave
Hoe schrijf je afgeleid?
afleiden/vervoeging
| vervoeging van de bedrijvende vorm van afleiden | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs | lang | |
| tegenwoordig | er wordt afgeleid | er is afgeleid |
| verleden | er werd afgeleid | er was afgeleid |
| toekomend | er zal afgeleid worden | er zal afgeleid zijn |
Waar ik uit afleid?
In de logica is een afleidingsregel een regel die uit een aantal proposities een propositie afleidt. De proposities waar de propositie uit afgeleid wordt, worden de premissen genoemd en de afgeleide propositie de conclusie: de conclusie wordt geconcludeerd (of afgeleid) uit de premissen.
afleiden/vervoeging
| vervoeging van de bedrijvende vorm van afleiden | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs | ||
| tegenwoordig (v.t.t.) | heb afgeleid | hebt afgeleid |
| verleden (v.v.t.) | had afgeleid | had afgeleid |
| toekomend (v.t.t.t.) | zal afgeleid hebben | zal/zult afgeleid hebben |
Wat leid je af?
leidt af – Werkwoord 1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van afleiden ♢ Jij leidt af 2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van afleiden ♢ Hij leidt af 3.
Wat is de verleden tijd van Leiden?
leiden/vervoeging
| vervoeging van de bedrijvende vorm van leiden | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs | ||
| tegenwoordig (o.t.t.) | leid | leidt |
| verleden (o.v.t.) | leidde | leidde |
| toekomend (o.t.t.t.) | zal leiden | zult/zal leiden |
Is afgeleid van betekenis?
afleiden – Werkwoord 1. (ov) de aandacht opvragen zodat die niet aan iets anders gegeven kan worden ♢ De zoon moest zijn vader afleiden, zodat de dochter ongemerkt naar buiten kon gaan. 2. ~ uit: begrijpen, concluderen ♢ Ik kon uit haar woorden wel afleiden d…