Inhoudsopgave
Hoe herken je een angstcultuur?
Het hoofdkenmerk van de angstcultuur is wel dat er emotioneel gechanteerd wordt door de machthebbers, vaak de manager of de leidinggevende. Er is sprake machtsmisbruik wanneer mensen hun positie gebruiken om anderen te kleineren, te vernederen, de mond te snoeren en tot gehoorzaamheid te dwingen.
Hoe ontstaat een angstcultuur?
Een angstcultuur ontstaat vooral door een structureel gebrek aan respect voor de ander. Vaak vindt de ontstaansgeschiedenis plaats bij een leider die geen tegenspraak meer duldt of van tegenspraak wordt weggehouden.
Hoe herken je een narcistische baas?
Een narcistische baas doet zich anders voor dan hij is. Angst wordt bravoure; minderwaardigheid wordt arrogantie; onzekerheid wordt een overdreven drang naar het bewijzen van het ego. Maar de narcistische baas is niet gek. Hij weet dat van zichzelf en is dus constant achterdochtig.
Wat te doen tegen angstcultuur?
Waar een wil is, is een weg, ook bij de kwestie van een angstcultuur binnen een organisatie. De oplossing voor het doorbreken van een angstcultuur zit vaak in het verwijderen van managementlagen en experimenteren met minder hiërarchische vormen van organisatie. Hierdoor wordt het belang van managers vermindert.
Hoe om te gaan met een narcist als baas?
Zo ga je daar het beste mee om:
- Weet wanneer je ‘gegaslight’ wordt. ‘Omdat je een lekker smoeltje hebt, heb ik je graag in mijn omgeving’, dat zou typisch iets zijn wat een narcistische manager tegen een werknemer kan zeggen.
- Zet alles op papier.
- Vorm een bondje met collega’s.
- Schakel de baas van je baas in.
- Ga zelf weg.
Het hoofdkenmerk van de angstcultuur is wel dat er emotioneel gechanteerd wordt door de machthebbers, vaak de manager of de leidinggevende. Er is sprake van machtsmisbruik wanneer mensen hun positie gebruiken om anderen te kleineren, te vernederen, de mond te snoeren en tot gehoorzaamheid te dwingen.
Hoe herken je een narcist op het werk?
Een narcistisch persoon handelt en denkt vanuit die behoeftes. Wanneer hij niet krijgt waar hij recht op meent te hebben, zal hij gaan manipuleren om zijn behoeftes alsnog vervuld te krijgen. Denk onder meer aan: woede-uitbarstingen.
Waar loop je tegenaan op werk?
Waar loop jij tegenaan in jouw werk? Wat gaat er goed en wat kan beter? Hoe ziet jouw dagelijkse werk eruit? Welke veranderingen heb jij meegemaakt in je werk en welk effect hebben die op jou, je collega’s en je cliënten?