Inhoudsopgave
Hoe beïnvloedt plasma Eiwitbinding de verdeling en daarmee de effectiviteit van een geneesmiddel?
De gebonden fractie vormt zo een soort van reservoir van het geneesmiddel, dat weer vrij kan komen als de binding reversibel is. Van de plasma-eiwitten bestaat ongeveer 70% uit het albumine. Farmacologische relevante effecten van de plasma-eiwitbinding treden pas op als de gebonden fractie boven de 90% komt.
Wat beïnvloed de snelheid waarmee het medicijn wordt opgenomen?
Het verloop van de curve wordt bepaald door drie belangrijke processen: absorptie, verdeling en eliminatie. De tablet of de capsule komt in de maag en valt daar uiteen. Na transport naar de dunne darm (duodenum) begint de opname. De opnamesnelheid is in principe recht evenredig met de hoeveelheid middel in de darm.
Welke factoren zijn van invloed op de therapeutische werking van geneesmiddelen?
Farmacokinetiek speelt vaak een beslissende rol bij het therapeutisch succes van de farmacotherapie. Tot de basisbegrippen van de farmacokinetiek behoren absorptie, absorptiesnelheid, biologische beschikbaarheid, ‘first pass’-effect, distributie, biofase, verdelingsvolume, metabolisatie en excretie.
Wat is systemische werking medicatie?
Systemisch betekent dat een medicijn door het hele lichaam gaat, en dus niet alleen op de plek zelf (lokaal) effect heeft. Systemisch betekent dat een medicijn door het hele lichaam gaat, en dus niet alleen op de plek zelf (lokaal) effect heeft.
Wat is de Plasmaconcentratie?
Plasmaconcentratie en werking Voor de uiteindelijke werking van een geneesmiddel is het van belang dat er een bepaalde hoeveelheid werkzame stof bij de betreffende receptoren terechtkomt. Aangezien dit niet meetbaar is, wordt in de praktijk als maat hiervoor meestal de plasmaconcentratie gebruikt.
Wat is het verschil tussen een enterale en parenterale toedieningsweg van een medicijn?
toedieningswegen: lokale toediening (medicijn direct op de plaats die behandeld moet worden), systemische toediening (medicijn wordt eerst opgenomen in het bloed), enterale toediening (oraal), parenterale toediening (buiten het maag-darmkanaal om, direct in de bloedbaan);