Inhoudsopgave
Hoe schrijf je 21 voluit?
Schrijf het woord als getal.
| één | 1 |
|---|---|
| twintig | 20 |
| eenentwintig | 21 |
| tweeëntwintig | 22 |
| drieëntwintig | 23 |
Hoe schrijf je 3 5 voluit?
/3: een derde. /5: twee vijfde(n) /100: zevenentwintig honderdste(n) 3 5/8: drie (en) vijf achtste(n)
Wat zijn de richtlijnen voor het schrijven van getallen?
De richtlijnen voor het schrijven van getallen verschillen soms per redactie. Zo wordt er in romans vaak voor gekozen om getallen altijd in woorden te schrijven, omdat cijfers het tekstbeeld iets te zeer zouden kunnen verstoren.
Wat is een hele getallen in woorden?
Hele getallen in woorden worden aan elkaar geschreven, met de volgende uitzonderingen: Na duizend komt een spatie. Woorden als miljoen en miljard staan los. Wie aan het getal het woord en wil toevoegen, schrijft het aaneen na honderd en als apart woord na duizend, miljoen en dergelijke:
Wat zijn de getallen met een duizend?
In grote, (afge)ronde getallen met miljoen, miljard, etc. kunnen cijfers en letters gecombineerd worden. Bij getallen met duizend is dit ook mogelijk, maar wel iets minder gebruikelijk: 30.000: dertigduizend, 30 duizend 678.000: zeshonderdachtenzeventigduizend, 678 duizend
Wat zijn de getallen in lopende tekst?
In letters. Het is gebruikelijk om de volgende getallen in lopende tekst als woord te schrijven: getallen tot twintig: twee, negen, zeventien, achtste, de negentiende eeuw; tientallen tot honderd: twintig, vijftig, tachtigste;
Wat is de richtlijn getallen uitschrijven?
Er zijn wel een aantal gebruikelijke richtlijnen! Richtlijnen getallen in letters uitschrijven: Getallen tussen nul en twintig schrijf je uit als woord, dus: twee, zes, elf, achttien en twintig, maar 21, 38 en 106. Tientallen tot honderd schrijf je uit als woord, dus: veertig, tachtig en honderd, maar 110, 150 en 280.
Welke getallen schrijf je uit als woord?
Richtlijnen getallen in letters uitschrijven: Getallen tussen nul en twintig schrijf je uit als woord, dus: twee, zes, elf, achttien en twintig, maar 21, 38 en 106. Tientallen tot honderd schrijf je uit als woord, dus: veertig, tachtig en honderd, maar 110, 150 en 280.