Inhoudsopgave
Waarbij of daarbij?
In andere zinnen weet u dat het om het voornaamwoordelijk bijwoord waarbij gaat, als u van het gedeelte dat met waarbij begint, een aparte zin met daarbij kunt maken. In die zin kan daarbij worden vervangen door bij + het naamwoord waar het op slaat. In andere gevallen schrijven we waar bij in twee woorden.
Hoe weet je welke voorzetsel je moet gebruiken?
Een voorzetsel staat vaak voor een zelfstandig naamwoord. voor, achter, naast, in, op, door, over, uit, boven, onder, om, tegen, aan, binnen, buiten, langs, tijdens, sinds, bij, tot, zonder, met, behalve, naar, na, via, per, te, tegen, volgens… achter te zetten. voor de kast, op de kast, achter de kast…
Waar voor of waarvoor?
Je hebt gezocht op het woord: waarvoor. waar·voor (bijwoord) 1voor wie, wat: waarvoor dient dat? 2(informeel) vanwege wat; = waarom: waarvoor doe je dat?
Is het hier op of hierop?
We schrijven hierop aan elkaar als de combinatie een voornaamwoordelijk bijwoord is. Dat is het geval als u de combinatie kunt vervangen door het oorspronkelijke voorzetsel en een naamwoord. In andere gevallen schrijven we hier op in twee woorden. Hier kan dan vervangen worden door ‘op deze plaats’.
Hoe laat of hoe laat?
De correcte spelling is hoe laat, in twee woorden. Hoe laat is het? Hoe laat ga je naar huis?
Is het daar bij of daarbij?
We schrijven daarbij aan elkaar als de combinatie een voornaamwoordelijk bijwoord is. Dat is het geval als u de combinatie kunt vervangen door het oorspronkelijke voorzetsel en een naamwoord. In andere gevallen schrijven we daar bij in twee woorden. Daar kan dan vervangen worden door ‘op die plaats’.
Waarvan en waarbij?
Toelichting. Volgens de traditionele schoolregel gebruiken we een betrekkelijk voornaamwoordelijk bijwoord zoals waarmee, waarvan enzovoort om te verwijzen naar zaken en begrippen, en een combinatie van een voorzetsel en een voornaamwoord (met wie, van wie enzovoort) om te verwijzen naar personen.
Hoe controleer je of een voorzetsel een vast voorzetsel is?
Bijvoorbeeld: fietsen met, fietsen onder, fietsen langs. Als een werkwoord / werkwoordelijke uitdrukking maar met één of een paar voorzetsels gecombineerd kan worden, dan heet het voorzetsel een vast voorzetsel.
Waar naar of naar waar?
In andere zinnen weet u dat het om het voornaamwoordelijk bijwoord waarnaar gaat, als u van het gedeelte dat met waarnaar begint, een aparte zin met daarnaar kunt maken. In die zin kan daarnaar worden vervangen door naar + het naamwoord waar het op slaat. In andere gevallen schrijven we waar naar in twee woorden.
Waarbij betekenis?
waarbij – voornaamwoordelijk bijwoord uitspraak: waar-bij 1. bij wat of bij welk(e) ♢ waar zijn we bij gebleven? 2. onder welke ♢ ik heb veel boeken, waarbij veel kostbare …