Wat zegt een correlatie?
Een correlatie is een statistische indicator voor een verband tussen variabelen: als de ene variabele verandert, verandert de andere variabele ook, maar er hoeft geen oorzaak-gevolgrelatie te zijn. Correlaties worden onderzocht in correlationeel onderzoek.
Correlatie betekent kort gezegd samenhang. Het gaat hierbij om samenhang tussen reeksen getallen of de waarden van toevalsvariabelen. Je kunt bij samenhang denken aan de samenhang tussen leeftijd en lengte of de samenhang tussen de groei van de economie en de bevolkingsgroei.
Hoe gebruikt je de correlatie?
Je gebruikt de correlatie als je wilt weten of twee variabelen met elkaar samenhangen, zonder dat je zegt dat er sprake is van een causaal verband (dat de ene variabele invloed heeft op de andere). Daarnaast gebruik je correlaties ook vaak om je data te beschrijven en te checken op assumpties.
Wat zijn de toesten voor correlatiecoëfficiënt?
Voor het berekenen van de correlatiecoëfficiënt kun je in SPSS twee toesten gebruiken, namelijk ‘Pearson’s r ’ en ‘Spearman’s rs ’. Pearson’s r is de meest gebruikte correlatiecoëfficiënt. Pearson’s r meet lineaire correlatie en kan gebruikt worden wanneer de variabelen op een continue schaal (‘scale’) gemeten worden, zoals gewicht en lengte.
Wat is de waarde van de correlatiecoëficiënt?
De waarde van de correlatiecoëfficiënt ligt altijd tussen -1 en +1. Een positieve correlatiecoëfficiënt dicht bij de waarde 1 geeft bijvoorbeeld aan dat langere studenten ook zwaarder zijn. Een correlatiecoëfficiënt dichter bij de 0 geeft aan dat het verband tussen gewicht en lengte zwakker is.
Hoe kun je de correlatiecoëficiënt testen?
Met de correlatiecoëfficiënt kun je de verbanden tussen de onafhankelijke en de afhankelijke variabelen in je conceptueel model testen. Je kunt bijvoorbeeld het verband testen tussen lengte (onafhankelijke variabele) en gewicht (afhankelijke variabele).