Hoe noem je een breuk met dezelfde noemer?

Hoe noem je een breuk met dezelfde noemer?

Gelijknamige breuk Als twee breuken dezelfde noemer hebben noemt men dat gelijknamige breuken. Gelijknamige breuken zijn eenvoudig te sommeren door de tellers bij elkaar op te tellen. Als breuken niet gelijknamig zijn kunnen ze gelijknamig worden gemaakt.

Welke breuk is groter werkblad?

Op dit werkblad ga je met breuken aan de slag. Je moet aangeven welke breuk groter is. Het is hierbij belangrijk dat je weet welke hoeveelheid bij elke breuk hoort. Door op dit werkblad te oefenen, raak je meer vertrouwd met het begrip breuken.

Hoe groter de teller hoe groter de breuk?

Hoe kleiner de noemer, hoe groter de breuk. Hoe groter de teller, hoe groter de breuk. Hoe kleiner de teller, hoe kleiner de breuk. Hier geldt dezelfde regel als voor de stambreuken.

Hoe zet je breuken op dezelfde noemer?

Dit kan je doen door bij beide breuken, de teller en noemer van die breuk met hetzelfde getal te vermenigvuldigen. De breuken 6/24 en 4/24 zijn gelijknamige breuken. We kunnen de breuken 1/4 en 1/6 ook gelijknamig maken door met andere getallen te vermenigvuldigen. 3/12 en 2/12 zijn gelijknamige breuken.

Welke breuk is groter 2 5 of 1 8?

Als je wilt weten welke breuk groter is, 2/8 of 5/16, dan kun je het beste de noemers gelijk maken. Je kiest de grootste noemer, 16, als nieuwe noemer. 2/8 schrijf je als 4/16 door de teller en de noemer allebei te vermenigvuldigen met twee.

Welke breuk is het kleinst 5 8 of 3 8?

De breuk 4/3 is dus een getal dat groter is dan 1. De breuk 5/8 is hetzelfde als de deelsom 5 : 8 en dit is een getal dat kleiner is dan één, want als je 5 taartjes hebt en je wilt ze met zijn achten opeten, krijgt iedereen minder dan één taartje.

Hoe doe je twee breuken keer elkaar?

Een breuk vermenigvuldigen met een breuk (bovenbouw)

  1. Teller x teller. Vermenigvuldig eerst de tellers van de breuk met elkaar. 9 x 8 = 72.
  2. Noemer x noemer. Vermenigvuldig daarna de noemers met elkaar. 10 x 9 = 90.
  3. Reken de som uit. De antwoorden van stap 1 en stap 2 vormen samen het antwoord op de som.

Gerelateerde berichten