Inhoudsopgave
Hoe wordt acetylsalicylzuur toegediend?
Toediening. Voor een snel effect innemen op een nuchtere maag of ten minste een half uur voor de maaltijd; bij maagklachten tijdens of vlak na de maaltijd. De bruistabletten in een ruime hoeveelheid water uiteen laten vallen en goed roeren; water nadrinken. De bruistabletten 500 mg kunnen worden gehalveerd.
Hoeveel gram aspirine per dag?
Volwassenen 500-1000 mg per keer, maximaal 4000 mg per 24 uur, verdeeld over 4 of meer giften. Ouderen Aangezien de systemische blootstelling van ASPIRINE 500 mg niet significant afwijkt bij ouderen lijkt een aanpassing van de dosering niet nodig.
Wijze van innemen De dispergeerbare tabletten in een ruime hoeveelheid water uiteen laten vallen, goed omroeren en opdrinken. Indien een snel effect gewenst is, verdient toediening op de nuchtere maag of ten minste een half uur voor de maaltijd de voorkeur.
Wat is een aspirine werkzame stof?
Wat is aspirine? De werkzame stof van aspirine is acetylsalicylzuur. Vroeger was aspirine min of meer de pijnstiller bij uitstek en werd het meest voorgeschreven. Aspirine verlaagt de koorts, is pijnstillend en ontstekingsremmend. Een opvallend kenmerk van acetylsalicylzuur is dat het de vorming van trombose tegengaat.
Wat zijn de voordelen van aspirine?
Aspirine werkt koortsverlagend, pijnstillend, ontstekingsremmend en bloedverdunnend. Aspirine dankt zijn werking aan de remming van een enzym in het lichaam wat juist voor koorts, pijn en het aan elkaar plakken van bloedplaatjes zorgt. Dit enzym heet cyclo-oxigenase afgekort tot COX. Er bestaan twee varianten van COX; COX1 en COX2.
Wat is een aspirine Zelfzorgmedicijn?
Als zelfzorgmedicijn is aspirine naast paracetamol, diclofenac en ibuprofen de pijnstiller bij uitstek. Bij een lage dosering (80 mg) treden er zelden maagklachten op. Cardioaspirine wordt toegediend bij onder andere de volgende aandoeningen: Het voorkomen van een hartaanval (recidief). Hartritmestoornissen.
Wat is de indicatie van acetylsalicylzuur?
Artsen schrijven het voor na een hartinfarct, na een beroerte (herseninfarct) of TIA (lichte beroerte), bij angina pectoris (hartkramp), bij verhoogde kans op trombose en bij bepaalde hartritmestoornissen.