Inhoudsopgave
Wat zijn de uitgangspunten van het ICF?
De ICF biedt een begrippenkader dat toelaat de gezondheidstoestand van mensen en hun functionele beperkingen te definiëren en te meten. De classificatie integreert een medische model en een sociaal model door middel van een bio-psychosociale benadering.
Hoe beschrijft het ICF het menselijk handelen?
De waarde van ICF
- De mens als organisme: voor het beschrijven van de functies, anatomische eigenschappen en stoornissen van onderdelen van het lichaam.
- Het menselijk handelen: voor het beschrijven van wat iemand doet of (nog) zelf kan doen, welke activiteiten iemand uitvoert en welke beperkingen hierin zijn.
Hoe gebruik je ICF?
De ICF beschrijft hoe mensen omgaan met hun gezondheidstoestand. Iemands gezondheid is met behulp van de ICF te karakteriseren in lichaamsfuncties en anatomische eigenschapppen, activiteiten en participatie. Gezondheid is aldus te beschrijven vanuit lichamelijk, individueel en maatschappelijk perspectief.
Wat houd ICF in?
De International Classification of Functioning, Disability and Health (ICF) is een classificatie voor het beschrijven van het functioneren van mensen inclusief factoren die op dat functioneren van invloed zijn.
De ICF maakt gebruik van een alfanumeriek systeem. Elke component van de ICF wordt geïdentificeerd door een letter, namelijk ‘b’ voor de organische functies, ‘s’ voor de anatomische eigenschappen, ‘d’ voor activiteiten en participatie, en ‘e’ voor de externe factoren.
Wat zijn persoonlijke factoren ICF?
In de ICF is onderkend dat het menselijk functioneren door verschillende factoren wordt beïnvloed. Dat zijn medische factoren (de ziekte, de aandoening of het letsel dat iemand heeft), persoonlijke factoren (zoals: leeftijd, geslacht, opleiding, persoonlijkheid, bewegings- en voedingsgewoonten) en externe factoren.
Wat zijn anatomische eigenschappen?
Anatomische eigenschappen betreffen de positie, aanwezigheid, vorm en continuïteit van onderdelen van het menselijk lichaam. Tot de onderdelen van het menselijk organisme worden gerekend lichaamsdelen, orgaanstelsels, organen en onderdelen van organen.
Hoe maak je een ICF?
Het ICF-schema bestaat feitelijk uit twee onderdelen, die allebei twee componenten hebben:
- functioneren en functioneringsproblemen met de componenten ‘functies en anatomische eigenschappen’ en de componenten ‘activiteiten’ en ‘participatie’.
- Factoren met de componenten ‘externe factoren’ en ‘persoonlijke factoren’
Waar wordt het ICF model voor gebruikt?
Met behulp van de ICF kan het menselijk functioneren worden beschreven vanuit drie verschillende perspectieven: 1. het perspectief van het menselijk organisme; 2. het perspectief van het menselijk handelen, en 3. het perspectief van de mens als deelnemer aan het maatschappelijk leven.
Hoe beschrijft de ICF de mens als organisme?
Het ICF-schema benadert het menselijk functioneren vanuit de perspectieven van het menselijk organisme en maakt onderscheid in de functies van het organisme en de anatomische eigenschappen (links in het schema). Bij de term ‘functies’ gaat het om de fysiologische en mentale eigenschappen van het menselijke organisme.
Wat zijn functies en anatomische eigenschappen?
Functies: fysiologische en mentale eigenschappen van het menselijk organisme. Anatomische eigenschappen: positie, aanwezigheid, vorm en continuïteit van onderdelen van het menselijk lichaam. Tot de onderdelen van het menselijk organisme worden gerekend lichaamsdelen, orgaanstelsels, organen en onderdelen van organen.