Inhoudsopgave
Wat behoort tot specifieke afweer?
specifieke afweer is de afweer die (door de aspecifieke afweer) wordt geactiveerd ter bestrijding van een specifieke ziekteverwekker. Hij bestaat uit B- en T-cellen. T-helpercellen activeren B-cellen en T- killercellen (lymfocyten).
Waaruit bestaat het aspecifieke deel van het afweersysteem?
De externe niet-specifieke afweer bestaat uit de huid, die een groot gedeelte van de indringers tegenhoudt. Mocht een indringer toch binnen komen, dan is er nog de interne niet-specifieke afweer: de slijmvliezen en de enzymen in bijvoorbeeld speeksel en maagzuur die indringers onschadelijk kunnen maken.
Waar begint de aspecifieke afweer?
Aspecifieke afweer (direct) Als indringers erin slagen de eerste barrière te passeren (bijvoorbeeld via ingenomen voedsel of via ingeademde vergiftigde lucht) stuiten ze op de tweede barrière. Deze bestaat uit verschillend soorten witte bloedcellen, namelijk macrofagen, granulocyten en naturalkillercellen.
Welke van de onderstaande voorbeelden kan gezien worden als een vorm van niet-specifieke afweer?
Welke van de onderstaande voorbeelden kan gezien worden als een vorm van niet-specifieke afweer? Een gave huid vormt normaal gesproken een ondoordringbare barriëre voor bacteriën en virussen.
Wat is mechanische afweer?
eerste afweer door aanpassingen aan de buitenkant van het lichaam om ziekteverwekkers uit te schakelen of tegen te houden. Voorbeelden bij de mens: huid en slijm(vlies).
Wat zijn de twee onderdelen van de niet specifieke immuniteit?
De cellen van de niet-specifieke (granulocyten en macrofagen) afweer reageren altijd op dezelfde manier. Ze zijn belangrijk voor het opruimen van bacteriën en schimmels in ons lichaam.
Hoe verloopt de specifieke afweer?
Hij bestaat uit B- en T-cellen. De specifieke afweer verloopt als volgt: Fagocyten, van de algemene afweer, eten de ziekteverwekkers op door ze in te sluiten. De fagocyt is nu een antigeen presenterende cel geworden (APC). De APC gaat dan naar de lymfeklieren, om zijn antigeen te presenteren aan t-helpercellen.