Inhoudsopgave
Hoe kan de wind draaien?
Het corioliseffect zorgt ervoor dat luchtstromen afbuigen naar een bepaalde richting. Dit komt door het draaien van de aarde. Op het noordelijk halfrond krijgt een luchtstroom de neiging om tegen de wijzers van de klok in te draaien, op het zuidelijk halfrond is dat andersom.
Hoe verplaatst lucht?
Door de draaiing van de aarde beweegt de lucht niet rechtstreeks van hoge naar lage druk, maar buigt zij op het noordelijk halfrond naar rechts af. Het gevolg is dat de lucht zich, zonder wrijving, rond een lagedrukgebied tegen wijzerzin in verplaatst en rond een hogedrukgebied met de wijzers van de klok mee.
Waar komt warme lucht vandaan?
Rond de poolen (Noordpool en Zuidpool) is het koud en daar is de lucht zwaar. Hier is altijd een hogedrukgebied Het overschot aan lucht wordt weggedrukt naar lagedrukgebieden. Vanaf hier wordt er warme lucht die vanaf de evenaar komt aangevoerd.
Hoe kan je weten van waar de wind komt?
Je kunt kijken naar de vlaggen op de kant. De vlag waait met de wind mee. Ook kun je kijken naar het riet of de golfjes op het water. Deze geven de werkelijke wind aan.
Hoe verandert luchtdruk?
De luchtdruk verandert ieder moment, net als het weer. Het weer wordt mede bepaald door de plaats van de hoge- en lagedrukgebieden. Een hoge luchtdruk betekent vaak dat het zonnig weer wordt zonder regen. Dat komt omdat bij een hogedrukgebied de druk van de lucht hoger is vergeleken met de omgeving.
Hoe herken je een lagedrukgebied?
Een lagedrukgebied, of depressie, is een gebied waar de luchtdruk laag is. Dit gaat vaak samen met koudere temperaturen, wind en regen. Lagedrukgebieden ontstaan vaak op de scheiding van warme en vochtige lucht in het zuiden en koudere en drogere lucht in het noorden.
Welke luchtstromen zijn er?
Hete vochtige lucht stijgt op en dat veroorzaakt daar een lage luchtdruk. Boven aangekomen, stroomt de lucht weg naar het noorden en zuiden. Eenmaal afgekoeld wordt de lucht zwaarder en zakt weer naar beneden. Op de plek waar die lucht naar beneden komt – in de subtropen – ontstaat een hoge luchtdruk.