Wat zijn de belangrijkste verschil tussen diabetes 1 en 2?

Wat zijn de belangrijkste verschil tussen diabetes 1 en 2?

Diabetes type 1 is een auto-immuunziekte. Diabetes type 2 krijg je als je lichaam niet meer gevoelig is voor insuline en je bètacellen minder insuline aanmaken dan nodig is. De glucose in je bloed wordt hierdoor moeilijker opgenomen in je lichaamscellen en je bloedsuiker stijgt.

Wat is diabetes type 1 en 2?

Diabetes type 1 en 2 hebben veel overeenkomsten maar tegelijkertijd ook verschillen. Beide ziektes worden gekenmerkt door een ontregelde bloedsuikerspiegel en insulinespiegel. Maar het grote verschil is dat: De bloedsuiker van diabetes type 1 patiënten enorm kan schommelen.

Wat is diabetes type 2?

Diabetes type 2. Bij diabetes type 2 heeft het lichaam te weinig insuline. Bovendien reageert het niet meer goed op insuline: dat heet ongevoeligheid voor insuline. Mensen met diabetes type 2 krijgen meestal voedings- en bewegingsadviezen, aangevuld met medicijnen. Soms moet iemand ook insuline spuiten.

Waarom hebben mensen met diabetes type 1 te weinig insuline?

Het lichaam van mensen met diabetes type 1 maakt zelf veel te weinig insuline aan. Dat komt doordat het afweersysteem de cellen die insuline aanmaken vernielt. Daarom moet je met diabetes type 1 insuline inspuiten, of een insulinepomp dragen. Vroeger heette diabetes type 1 ook wel ‘jeugddiabetes’.

Diabetes type 1 en 2 hebben veel overeenkomsten maar tegelijkertijd ook verschillen. Beide ziektes worden gekenmerkt door een ontregelde bloedsuikerspiegel en insulinespiegel. Maar het grote verschil is dat: De bloedsuiker van diabetes type 1 patiënten enorm kan schommelen.

Diabetes type 2. Bij diabetes type 2 heeft het lichaam te weinig insuline. Bovendien reageert het niet meer goed op insuline: dat heet ongevoeligheid voor insuline. Mensen met diabetes type 2 krijgen meestal voedings- en bewegingsadviezen, aangevuld met medicijnen. Soms moet iemand ook insuline spuiten.

Het lichaam van mensen met diabetes type 1 maakt zelf veel te weinig insuline aan. Dat komt doordat het afweersysteem de cellen die insuline aanmaken vernielt. Daarom moet je met diabetes type 1 insuline inspuiten, of een insulinepomp dragen. Vroeger heette diabetes type 1 ook wel ‘jeugddiabetes’.

In tegenstelling tot type 1 maakt het lichaam bij type 2 nog wel insuline aan, alleen reageert het lichaam er niet goed op. Dit noemen we ook wel ‘insulineresistentie’. Hierdoor haalt het lichaam onvoldoende glucose uit het bloed en gaat het bloedsuikergehalte omhoog. Type 2 is het meest voorkomende type suikerziekte.

Welke insuline bij diabetes type 2?

De verschillende soorten insuline, voor mensen met diabetes type 1 en type 2: Superkort werkende insuline (kortwerkende insulineanaloga) die direct vóór de maaltijd of soms meteen erna wordt gebruikt (aspart, glulisine en lispro). Deze insuline werkt vier tot vijf uur.

Hoe kun je zelf testen of je diabetes hebt?

Die kan met een vingerprik een druppel bloed afnemen en het bloedsuikergehalte daarin meten. Vaak gebeurt het ook met een buisje bloed in een laboratorium. Soms houden apotheken actieweken waarbij je je gratis kunt laten testen. Dat is meestal in november.

Welk type insuline hoort bij welke injectieplaats?

Vanuit de buik wordt insuline sneller opgenomen dan vanuit de zijkant van de benen of billen. Daarom kunt u snelwerkende insuline (de insuline die u toedient bij de maaltijd) het beste in de buik toedienen en langwerkende insuline in de zijkant van de bovenbenen of billen.

Wat zijn diabetes type 1 en diabetes type 2?

De bekendste zijn diabetes type 1 en diabetes type 2. Die soorten lijken op elkaar, maar zijn heel verschillend. Dat leidt vaak tot misverstanden, waardoor veel patiënten te maken krijgen met onbegrip en verwarring in hun omgeving. Bij diabetes (suikerziekte) kan het lichaam de bloedsuiker niet meer regelen.

Wat zijn voedingsadviezen voor mensen met diabetes type 1?

Voedingsadviezen voor mensen met diabetes type 1 zijn gericht op het onder controle houden van de bloedsuiker en op het goed zorgen voor hart en bloedvaten, om zo de kans op complicaties te verkleinen. Verder is het belangrijk om voldoende te bewegen.

Gerelateerde berichten