Hoe verandert materie bij een faseovergang?

Hoe verandert materie bij een faseovergang?

Voor de vloeibare toestand is meer interne energie nodig dan voor de vaste toestand. De hogere beweging zorgt ook voor meer vibratie in bindingen en bij gassen meer botsingen tussen moleculen. Beide hebben als gevolg dat de materie uitzet.

stollen (bevriezen): van vloeibaar naar vast. verdampen: van vloeibaar naar gasvormig. condenseren: van gasvormig naar vloeibaar. sublimeren/vervluchtigen: van vast naar gasvormig.

Hebben gassen een vast volume?

De klassieke definitie van een gas is een stof die van vorm verandert en die spontaan het volume van het vat opvult. Daarmee onderscheidt het zich van een vloeistof (die niet spontaan uitzet om het volume van het vat op te vullen) en een vaste stof (die niet van vorm verandert).

Wat gebeurt er met de moleculen bij een faseovergang?

Ook faseovergangen kunnen we met het deeltjesmodel beschrijven. Als we de vaste stof verwarmen, dan gaan de moleculen steeds harder trillen. Als het smeltpunt bereikt is, dan gaan de moleculen zo hard trillen, dat ze niet meer op hun vaste plek kunnen blijven zitten.

Hoe worden zuivere stoffen nog verder onderverdeeld?

Zuivere stoffen worden verder onderverdeeld in enkelvoudige stoffen en samengestelde stoffen. Zuivere stoffen komen in de natuur niet voor; ook elementen die in gedegen vorm voorkomen zoals diamant en edelmetalen zoals zilver en goud bevatten onzuiverheden. In dat geval kan men over een mengsel spreken.

Welke faseovergang is verantwoordelijk voor het oplossen van mist?

Mist die ontstaat door afkoeling. Als de temperatuur van een luchtlaag aan de grond afkoelt, zal op een zeker punt condensatie optreden. Op dit punt is de temperatuur laag genoeg dat meer waterdampmoleculen condenseren dan verdampen.

Wat gebeurt er met de temperatuur tijdens een faseovergang?

Als een vloeistof in een gas verandert, dan noemen we dit verdampen. Als een gas in een vloeistof verandert, dan noemen we dit condenseren (of condensatie). Water verdampt als we het verwarmen boven de 100 °C en condenseert als we het afkoelen onder de 100 °C. We noemen 100 °C daarom het kookpunt van water.

Hoe werkt rijpen?

De ijsafzetting die je ziet is afkomstig van vocht uit de lucht. De onzichtbare waterdamp uit de lucht, dus in gasvorm, slaat onmiddellijk neer en vormt de vaste stof: ijs. De waterdamp condenseert hier dus niet eerst tot vloeistof, maar wordt direct een vaste stof. Dit proces noemen we rijpen.

Gerelateerde berichten