Inhoudsopgave
Hoe werkt het G-schema?
Het invullen van een G-schema is een oefening uit de cognitieve gedragstherapie en geeft je inzicht in het verband tussen wat je denkt, voelt en doet. Op die manier kom je er ook achter welke gedachten vervelende gevoelens oproepen. Dat zijn niet-helpende gedachten.
Hoe gedachten uitdagen?
Mensen worden aangemoedigd om actief aan de slag te gaan om te onderzoeken of de disfunctionele automatische gedachten nu wel zo waar of handig zijn. Dit wordt uitdagen genoemd. Uitdagen wil dan zeggen dat je de automatische gedachten gaat onderzoeken door er kritische vragen over te stellen.
Welke basale assumpties heeft iemand?
Basale assumpties zijn fundamentele opvattingen over de eigen persoon, over anderen en de wereld in het algemeen en over de toekomst, die als absolute waarheden beschouwd worden. Deze opvattingen zijn globaal, rigide en overgegeneraliseerd.
Wat is cognitieve herstructurering?
Op grond van een literatuuronderzoek omschreven zij cognitief herstructureren als een verbale interventie die beoogt dat ‘de patiënt op een andere dan de voor hem gebruikelijke manier over zijn problemen gaat nadenken zodat een therapeutisch gewenste verandering bevorderd wordt.
Wat zijn de vijf G?
Het 5 G-model brengt je gedachtes, gevoelens en gedrag in kaart waardoor je patronen en niet functioneel gedrag bij jezelf kunt ontdekken. Niet de gebeurtenissen zelf zorgen voor hoe jij je voelt, maar de manier waarop je ernaar kijkt. In lastige situaties reageer je op een manier waarop je altijd al reageert.
https://www.youtube.com/watch?v=Pnjq9AaDJMQ
Bij cognitieve gedragstherapie wordt vaak gebruikgemaakt van een G-schema. Dit schema bestaat standaard uit 5 G’s: Gebeurtenis, Gedachten, Gevoelens, Gedrag en Gevolg. Hiermee kun je bepaalde gedachten en gevoelens op een gestructureerde manier onderzoeken.
Hoe voel je je schema?
Met een schema wordt in de psychologie bedoeld: je opvattingen, emoties en houdingen over jezelf en de wereld om je heen, om gebeurtenissen te interpreteren en er betekenis aan te geven. Dit beïnvloedt vervolgens weer je gevoelens en gedrag. Zie het als een soort ‘kompas’.
Wat zijn de 6 g’s?
Gebeurtenis > Gedachten > Gevoelens > Gedrag > Gevolg De volgorde kan ook anders zijn; soms begint het met een gevoel, waar je vervolgens over na gaat denken. Of doe je iets waar je je vervolgens heel naar over voelt.
Welke schema’s bestaan er?
Schemadomein : Onverbondenheid en afwijzing
- 1 Verlating/ Instabiliteit:
- 2 Wantrouwen/ Misbruik:
- 3 Emotioneel tekort/ Verwaarlozing:
- 4 Minderwaardigheid/ Schaamte:
- 5 Sociaal isolement/ Vervreemding:
- 6 Afhankelijkheid/ Onbekwaamheid:
- 7 Kwetsbaarheid voor ziekte en gevaar:
- 8 Verstrengeling/ Kluwen/ Onderontwikkeld zelf: