Kan je verleden tijd en tegenwoordige tijd door elkaar?

Kan je verleden tijd en tegenwoordige tijd door elkaar?

De tegenwoordige tijd, de onvoltooid verleden tijd en de voltooid tegenwoordige tijd zijn de meest gebruikte tijden in een tekst of verslag. De onvoltooid en voltooid tegenwoordige tijd worden vaak naast elkaar gebruikt zonder problemen. Kies daarom consequent óf voor de tegenwoordige tijd óf voor de verleden tijd.

Wie bijvoorbeeld een verslag van gebeurtenissen schrijft in de onvoltooid verleden tijd of de voltooid tegenwoordige tijd, kan in dezelfde tekst of zelfs in dezelfde alinea de voltooid verleden tijd gebruiken om een gebeurtenis te beschrijven die er nog aan voorafging.

Hoe maak je een onvoltooid verleden tijd?

Ze zijn onregelmatig als klinkers of medeklinkers veranderen, waardoor er een aparte stam voor de verleden tijd is (denk – dacht, ga – ging, eet – at). Voorbeelden van de onvoltooid verleden tijd (o.v.t.) zijn: ik werkte, jij dacht, hij ging, wij wandelden, jullie aten, zij droomden.

Wat is gebruik in verleden tijd?

gebruiken/vervoeging

vervoeging van de bedrijvende vorm van gebruiken
onbepaalde wijs lang
tegenwoordig (o.t.t.) gebruik gebruiken
verleden (o.v.t.) gebruikte gebruikten
toekomend (o.t.t.t.) zal gebruiken zullen gebruiken

Wat zijn de acht tijden?

Er worden traditioneel acht werkwoordstijden onderscheiden in het Nederlands:

  • onvoltooid tegenwoordige tijd (ott):
  • onvoltooid verleden tijd (ovt):
  • voltooid tegenwoordige tijd (vtt):
  • voltooid verleden tijd (vvt):
  • onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt):
  • voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt):

Is nadat aan elkaar?

Goed: nadat we waren ingestapt ging de trein rijden. Fout (minder goed): nadat we instapten ging de trein rijden. Goed: we zijn verhuisd nadat we ons negende kind gekregen hadden. Fout (minder goed): we zijn verhuisd nadat we ons negende kind kregen.

Welke tijd na Nadat?

Als je in de rompzin een tegenwoordige tijd gebruikt, komt er na ‘nadat’ een voltooid tegenwoordige tijd. Gebruik je in de rompzin een verleden tijd, dan komt er na ‘nadat’ een voltooid verleden tijd. Staat de rompzin in de voltooid tegenwoordige tijd, dan komt er een voltooid verleden tijd na ‘nadat’.

Gerelateerde berichten