Inhoudsopgave
Wat had een middeleeuwse stad?
In de Middeleeuwen hadden de steden stadsmuren. Op verschillende plekken waren er poorten. Als er een rivier door de stad liep, dan werden er soms op de bruggen huisjes gebouwd. Op de straten lagen nog geen stenen.
Welke steden zijn ontstaan in de middeleeuwen?
Er waren maar weinig steden zoals Utrecht, Tiel, Nijmegen, Zutphen, Deventer en Groningen. Maar rond het jaar 1000 begon dat te veranderen, er kwamen veel steden bij. Dat kwam door de handel, daar ging het steeds beter mee. Kooplieden verkochten overal hun spullen op markten.
Waarom stadsrechten?
Stadsrechten werden door de landsheer (zo heette vroeger de baas van het land) aan een stad verleend. Twee voorrechten waren ook: een stad met stadsrechten kreeg toestemming om een muur te bouwen, de stad kon zich dus beter verdedigen en ze mochten ook een markt houden wat erg veel geld opleverde.
Waaruit zijn de eerste steden ontstaan?
Ongeveer rond de 3000 jaar voor Christus ontstonden de eerste steden. Waarschijnlijk rondom forten. De forten waren ter bescherming van mensen die rondom het fort dingen verbouwden. Zo ontstonden de oudste steden onder andere aan de Indus in India of aan de Nijl in Egypte.
Het dorp (nederzetting) kon zich nu stad noemen. Een stad had verschillende rechten. De bewoners van een stad mochten een eigen rechtbank hebben, eigen wetten maken, belasting innen en ze mochten een muur om de stad bouwen. Een gilde was een vereniging van ambachtslieden met hetzelfde ambacht (beroep).
Waarom kregen steden stadsrechten?
De nieuwe steden kregen, in ruil voor trouw aan de landsheer, bijzondere rechten en privileges. Het kon bijvoorbeeld gaan om het recht op zelfbestuur of eigen rechtspraak, maar ook bijvoorbeeld om het recht om een stadsmuur te bouwen of om week- of jaarmarkten te organiseren.
Welk voordeel had de landsheer bij het toekennen van stadsrecht?
Vanaf het jaar 1000 werden privileges door landsheren aan nederzettingen verstrekt (soms ook keure genoemd). Het ging hier om voorrechten en autonomie, bijvoorbeeld met betrekking tot de rechtspraak of het houden van markten.
Wat is de geschiedenis van de middeleeuwen?
Dit tijdvak begint ongeveer in het jaar 500 en eindigt ongeveer rond het jaar 1000. De Middeleeuwen duren tot het jaar 1500. Het deel van de geschiedenis dat we hier bespreken noemen we de vroege Middeleeuwen. Dit is de tijd van de monniken en ridders.
Wat was het eten in de middeleeuwen?
Dat eten bestond vaak uit een stoofpot van groenten en soms vlees of worst. De mensen dronken melk en licht alcoholisch bier, de volksdrank van de middeleeuwer. Vorken kenden ze nog niet in de Middeleeuwen. De mensen aten met de hand of gebruikten een mes en een lepel.
Wat was de godsdienst in de middeleeuwer?
Bijgeloof en godsdienst beheersten het leven van de middeleeuwer. Mensen die zich van de kerk afkeerden werden wreed vervolgd. De kerk was niet weg te denken uit het maatschappelijke leven. De hulp van geestelijken werd ingeroepen bij belangrijke gebeurtenissen in het leven: geboorte, huwelijk, ziekte en overlijden.