Wat houdt farmacologie in?
farmacologie – De wetenschap van de aard en eigenschappen van geneesmiddelen, in het bijzonder de werking of effecten ervan.
Wat betekent Farmacodynamiek in de farmacologie?
De farmacodynamiek (ook wel farmacodynamie) is een begrip uit de farmacologie. Het beschrijft de wijze waarop, en werkingsmechanismen waarmee de effecten van een toegediend geneesmiddel (of beter gezegd, het werkzame bestanddeel daarvan, het farmacon) aan het lichaam tot stand komen.
Hoe word je een farmacoloog?
Voor de Farmacoloog geeft een HBO opleiding in Medisch Laboratoriumwerk o.d., of een WO opleiding in de Farmaceutische Wetenschappen een geschikte achtergrond om aan werk te kunnen komen.
geneesmiddelenleer. wetenschap die de wisselwerking tussen geneesmiddelen en lichaam onderzoekt met als doel genezing of preventie van aandoeningen; geneesmiddelenleer.
Wat zijn fysiologische interacties?
Bij een farmacologische interactie treedt er wisselwerking op tussen de fysiologische invloed van verschillende stoffen op een organisme. Er bestaan verschillende soorten farmacologische interacties. Stoffen kunnen elkaars werking versterken in het geval van agonisten of verzwakken in het geval van antagonisten.
Hoe wordt je klinisch farmacoloog?
De opleiding klinische farmacologie in het AMC kan worden doorlopen door artsen met minstens drie jaar vervolgopleiding/specialisatie, basis-artsen, (ziekenhuis-)apothekers, AIOs ziekenhuisfarmacie, bio-medici/farmaceuten met promotieonderzoek op het gebied van de klinische farmacologie.
Wat zijn farmacodynamische interacties?
Met farmacodynamische interacties bedoelen we dat het ene geneesmiddel het andere beïnvloedt op de plaats van werking (‘receptor’), of in de keten van gebeurtenissen die optreedt na beïnvloeden van de receptor.
Wat zijn de farmacokinetische eigenschappen?
Farmacokinetiek speelt vaak een beslissende rol bij het therapeutisch succes van de farmacotherapie. Tot de basisbegrippen van de farmacokinetiek behoren absorptie, absorptiesnelheid, biologische beschikbaarheid, ‘first pass’-effect, distributie, biofase, verdelingsvolume, metabolisatie en excretie.