Inhoudsopgave
Wat is de onvoltooide tijd?
De onvoltooide tijd is een werkwoordin de tegenwoordige tijd dat een activiteit of toestand uitdrukt die nog bezig is of snel zal plaatsvinden, of een werkwoord in de verleden tijd dat een activiteit in het verleden uitdrukt.
Wat is een onvoltooid verleden tijd?
Voorbeelden van de onvoltooid verleden tijd: • Hij las een goed boek en droomde erbij weg. • Ze werkte hard door en probeerde nergens aan te denken. Bij een voltooide tijd is de activiteit vaak al afgerond: • Ik heb een goed boek gelezen. • Ze had de hele nacht gewerkt.
Is de voltooide tijd voltooid?
Bij een voltooide tijd is de activiteit vaak al afgerond: • Ik heb een goed boek gelezen. • Ze had de hele nacht gewerkt. De onvoltooid tegenwoordige en verleden tijd . De onvoltooid tegenwoordige of onvoltooid verleden tijd van een werkwoord gebruiken we als persoonsvormin een zin. Bijna altijd staat er een onderwerpbij.
De onvoltooide tijd is een werkwoordin de tegenwoordige tijd dat een activiteit of toestand uitdrukt die nog bezig is of snel zal plaatsvinden, of een werkwoord in de verleden tijd dat een activiteit in het verleden uitdrukt.
Voorbeelden van de onvoltooid verleden tijd: • Hij las een goed boek en droomde erbij weg. • Ze werkte hard door en probeerde nergens aan te denken. Bij een voltooide tijd is de activiteit vaak al afgerond: • Ik heb een goed boek gelezen. • Ze had de hele nacht gewerkt.
Bij een voltooide tijd is de activiteit vaak al afgerond: • Ik heb een goed boek gelezen. • Ze had de hele nacht gewerkt. De onvoltooid tegenwoordige en verleden tijd . De onvoltooid tegenwoordige of onvoltooid verleden tijd van een werkwoord gebruiken we als persoonsvormin een zin. Bijna altijd staat er een onderwerpbij.
Wat is een voltooid deelwoord?
Voltooid deelwoord (participium) Het voltooid deelwoord is een werkwoordsvorm die gebruikt wordt in combinatie met een hulpwerkwoord en die aangeeft dat een handeling voltooid is. Voorbeelden van voltooide deelwoorden zijn gewerkt, gelopen, onthouden, verkocht en beloofd.
De voltooide en onvoltooide tijd geven aan of een handeling al af is (voltooide tijd) of nog bezig is (onvoltooide tijd). Een werkwoord kan aangeven of iets nu of toen gebeurde, de tegenwoordige en verleden tijd.
Heb Of hebt gekregen?
krijgen/vervoeging
| vervoeging van de bedrijvende vorm van krijgen | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs | ||
| tegenwoordig (v.t.t.) | heb gekregen | hebt gekregen |
| verleden (v.v.t.) | had gekregen | had gekregen |
| toekomend (v.t.t.t.) | zal gekregen hebben | zal/zult gekregen hebben |
Waarom d of t?
Klinkt de laatste letter als een van die medeklinkers, dan zijn de onvoltooid verleden tijd én de voltooide tijden met een t. Klinkt de laatste letter niet als een van die medeklinkers, dan zijn de onvoltooid verleden tijd én de voltooide tijden met een d.
Hoe weet je of het jou of jouw is?
De juiste spelling is: Ik heb jou jouw auto zien parkeren. Jou is een persoonlijk voornaamwoord, jouw is een bezittelijk voornaamwoord.
Hoe herken je onvoltooide tijd?
De onvoltooide tijd is een werkwoord in de tegenwoordige tijd dat een activiteit of toestand uitdrukt die nog bezig is of snel zal plaatsvinden, of een werkwoord in de verleden tijd dat een activiteit in het verleden uitdrukt. Ik lees en ik werk zijn voorbeelden van de onvoltooid tegenwoordige tijd (o.t.t.).
Heb Of hebt?
U heeft is dus vergelijkbaar met hij/zij heeft. Tegenwoordig wordt u niet meer als derde persoon beschouwd maar als tweede persoon enkelvoud, net als jij/je. U wordt dan gecombineerd met de persoonsvorm van de tweede persoon: u hebt. U hebt is dus vergelijkbaar met jij hebt.
Heb gehad of hebt gehad?
hebben/vervoeging
| vervoeging van het werkwoord hebben | ||
|---|---|---|
| tegenwoordige tijd | verleden tijd | |
| hij, zij, het | heeft | had |
| onvoltooid deelwoord | voltooid deelwoord | |
| hebbend | hebben gehad |
Hoe weet je of je d of t moet gebruiken?
Als de laatste letter van de stam van het werkwoord een medeklinker is en in ’t kofschip zit, krijgt het voltooid deelwoord een t als uitgang. Zit de laatste letter van de stam niet in ’t kofschip of is dit een klinker, dan krijgt het voltooid deelwoord een d als uitgang.
Hoe weet je of je iets met een d of een t schrijft?
Hoe zit het met D of T in de tegenwoordige tijd?
| werkwoord | rijden | vinden |
|---|---|---|
| IK-vorm | rijd | vind |
| Als je het trucje met lopen toepast, hoor je een t. | jij rijdt jij loopt | jij vindt jij loopt |
| Als je het trucje met lopen toepast, hoor je geen t. | rijd jij? loop jij? | vind jij? loop jij? |
Is het jou of jouw vader?
Het woord jou gebruik je dus om te verwijzen naar een persoon. Bijvoorbeeld: ‘Ik heb jou gisteren opgehaald’ of ‘Mijn moeder zag jou door de stad lopen’. Het woord ‘jouw’ wordt dus gebruikt om bezit aan te duiden.