Inhoudsopgave
Wat voor soort of wat voor een soort?
Zowel welk soort als welke soort is correct. Bij een enkelvoudig het-woord is welk de correcte vorm; bij een de-woord is welke de correcte vorm. In de betekenis ‘categorie, groep personen of zaken met gemeenschappelijke kenmerken’ kan soort zowel een de-woord als een het-woord zijn.
Welke type?
Het vragend voornaamwoord welk blijft onverbogen vóór het-woorden in het enkelvoud. Als welk voor een enkelvoudig de-woord of voor een zelfstandig naamwoord in het meervoud staat, krijgt het een buigings-e. Soort, in de betekenis ‘categorie’, kan zowel een de-woord als een het-woord zijn.
Wat voor VS Welke?
Wat voor en welke zijn hier allebei mogelijk. Er is een klein nuanceverschil tussen welke en wat voor. Welke richt de aandacht iets meer op specifieke personen (concreet), en wat voor meer op het type personen (categorie).
Wat betekent type?
type – zelfstandig naamwoord uitspraak: ty-pe 1. soort met bepaalde kenmerken ♢ welk type auto koop je? 2. persoon met bepaalde kenmerken ♢ een gezellig type is dat!
Hoe schrijf je types?
‘ De stam van het werkwoord typen is typ, niet type. Die e is niet nodig om de juiste uitspraak van de stam weer te geven; sterker nog: je denkt bij de spelling type eerder aan het zelfstandig naamwoord (uitgesproken als ’tiepe’) of aan de Engelse uitspraak (’taip’).
Zowel welk soort als welke soort is correct. Bij een enkelvoudig het-woord is welk de correcte vorm; bij een de-woord is welke de correcte vorm.
Waar komt het woord type vandaan?
In verschillende betekenissen ontleend aan Frans type, oorspr. ‘(grond)vorm, soort, voorbeeld’ [ ca. 1380; Rey], een geleerde ontlening aan Latijn typus ‘afdruk, (stand)beeld, figuur, soort’, ontleend aan Grieks túpos ‘(in reliëf geslagen) vorm, gestalte, model, voorbeeld’, oorspr.
Is het figuur of de figuur?
figuur: de figuur / het figuur Figuur kan in de meeste betekenissen zowel een de-woord als een het-woord zijn. In de betekenissen ‘gestalte, lichaamsvorm’ en ‘indruk die iemand maakt’ is er een sterke tendens om het figuur te gebruiken. Ze heeft een slank figuur. Hij sloeg een mal figuur.