Wat zijn complexe zinnen?

Wat zijn complexe zinnen?

Er zijn twee soorten complexe zinnen: wanneer een hoofdzin een (of meerdere) bijzinnen bevat, spreekt men van inbedding. De bijzinnen zijn dus ingebedde zinnen, bijvoorbeeld in (3.2). Maar er kunnen ook twee hoofdzinnen tot een complexe zin samengevoegd worden. Dit type complexe zinnen heet gecoördineerde zinnen.

Hoeveel persoonsvormen in een samengestelde zin?

Een samengestelde zin is een zin met 2 of meer persoonsvormen. Vaak staat tussen de 2 delen een komma of een voegwoord (allebei kan ook), maar dat hoeft niet. Een samengestelde zin heeft dus ook twee gezegdes.

Er zijn twee soorten complexe zinnen: wanneer een hoofdzin een (of meerdere) bijzinnen bevat, spreekt men van inbedding. De bijzinnen zijn dus ingebedde zinnen, bijvoorbeeld in (3.2). Maar er kunnen ook twee hoofdzinnen tot een complexe zin samengevoegd worden.

Wat is een enkelvoudige zin en een samengestelde zin?

Enkelvoudige zin: zin met 1 persoonsvorm. Samengestelde zin: zin met meer dan 1 persoonsvorm. Hoofdzin: het onderwerp en persoonsvorm staan naast elkaar.

Wat is de opbouw van een zin?

Vaste volgorde: tijd-manier-plaats Vaak je geef je meer context in een zin door bijvoorbeeld te benoemen wanneer, waar of hoe iets gebeurt. Daar is een vaste volgorde voor: TIJD – MANIER – PLAATS.

Wat is een samengestelde zin voorbeeld?

De twee (of meer) zinnen worden samengevoegd door een nevenschikkend voegwoord. Voorbeeld: //Ik ga al het mogelijk doen//, maar //ik kan je niets beloven//. De twee hoofdzinnen ontleed je als twee enkelvoudige zinnen en het (nevenschikkende) voegwoord hoef je niet te ontleden.

Hoe vind je een samengestelde zin?

Een zin waar meerdere persoonsvormen in staan is een samengestelde zin. Deze samengestelde zin kan bestaan uit hoofdzinnen en bijzinnen. Dit kunnen twee hoofdzinnen zijn maar ook een hoofdzin en één of meerdere bijzin(nen). Een zin met meerdere bijzinnen wordt in dit doel achterwege gelaten.

Hoe herken je een Onderschikkende zin?

Bij nevenschikking gaat het om een combinatie van twee of meer hoofdzinnen. Bij onderschikking gaat het om ongelijkwaardige zinnen, vaak een hoofdzin en een bijzin….Nevenschikking en onderschikking

  1. De jongen liep de trap op en ging zijn kamer in.
  2. De jongen liep de trap op, ging zijn kamer in en pakte een boek.

Hoe maak je een Onderschikkende zin?

In een bijzin staat de persoonsvorm niet altijd vooraan. Een voorbeeld van een onderschikkende zin is: “Ik liep naar huis, omdat mijn fiets kapot was.” Zoals je ziet staat de persoonsvorm was helemaal achteraan, daaraan kan je herkennen dat het tweede deel een bijzin is!

Gerelateerde berichten