Welke kleding droegen slaven?
Een koto is het traditionele kostuum dat Surinaamse vrouwen in slavernij dragen. De koto bestaat uit een of meer lagen van wijduitstaande rokken tot over de knieën. Het bovenste gedeelte is een blouse, waarover een jakje wordt gedragen. De rug wordt opgevuld met een soort kussen, zodat het jakje ook wijduit staat.
De lappen zijn meestal van linnen, wit of blauw, gestreept of geblokt. Dat wordt ook wel Haarlemmer bont genoemd. Slavinnen die de favoriet zijn van hun meester krijgen duurdere stoffen. Hoe meer stoffen een slavin bezit, hoe weelderiger ze zich kan kleden en hoe meer aanzien ze heeft bij haar zustersslavinnen.
Waaruit bestaat een koto?
De koto is een van oorsprong Surinaamse ensemble, bestaande uit verschillende elementen, zoals een yaki (bloes) en koto (ook wel rok), die samen met een angisa (hoofddoek) wordt gedragen.
Wat is koto hout?
Koto is een lichte houtsoort met geelwitte kleur die lijkt op Esdoorn. Het is eenvoudig te bewerken en wordt qua toepassingen gebruikt voor bijvoorbeeld meubels, deuren en trappen. De hardheid is wat lager dan gemiddeld. Koto hout komt voor in het westen van tropisch Afrika.
Waar komen Marrons vandaan?
De marrons van Suriname zijn de afstammelingen van Afrikanen die door slavenhalers onder dwang naar Suriname zijn gebracht. Daar bevrijdden zij zichzelf uit de slavernij en vestigden ze zich in het Surinaamse oerwoud. De Surinaamse marroncultuur wordt weleens het best bewaarde stukje Afrika buiten Afrika genoemd.
Hoe is mode ontstaan in Suriname?
De koto (rok en blouse) en de angisa (hoofddoek) behoren tot de klederdracht die in Suriname is ontstaan tijdens de slavernijperiode. In de loop der tijd ontwikkelden zich verschillende kotostijlen, aangepast aan verschillende gelegenheden. Onder de koto worden twee onderrokken gedragen.