Inhoudsopgave
Wat zijn stalactieten en stalagmieten?
Een stalagmiet is een druipsteenkegel van calciet die vanaf de grond omhoog gegroeid is. Stalagmieten komen voornamelijk voor in druipsteengrotten. Stalagmieten ontstaan uit het water dat afdruipt van kegels die van het dak van een grot naar beneden groeien, de zogenaamde stalactieten.
Hoe heten de pegels die aan het plafond van de grot hangen en hoe zijn die ontstaan?
Een stalactiet is een pegel aan het plafond van een grot, die achterblijft door neerslag uit of stolling van een vloeistof. Voorbeelden van neerslaande stoffen waaruit stalactieten kunnen ontstaan zijn de mineralen calciet en gips. Deze slaan neer uit verzadigd water.
Hoe wordt druipsteen gevormd?
Druipsteen kan ontstaan als koolzuurhoudend water door een kalksteenlaag in een grot druppelt. In de grot verliest het water koolzuur aan de lucht. Daardoor kan minder calciumcarbonaat in oplossing blijven, waardoor het calciumcarbonaat neerslaat.
Wat zie je in een grot?
In grotten zie je de mooiste druipstenen. Het is gewoon regen of grondwater en dat druppelt door het dak van de grot naar beneden, en uiteindelijk ontstaan grotten ook zo. Deze grotten worden niet voor niets druipsteengrotten genoemd.
Hoe noem je als een stalactiet en een stalagmiet samen komen?
Soms ontmoeten stalactieten en stalagmieten elkaar en dan groeien ze samen verder. En dan noem je het een zuil. En daar zie je een stalactiet en een stalagmiet die elkaar bijna ontmoeten, het scheelt nog een centimeter of tien. Dus die worden nog wel een zuil, over een jaar of duizend!
Hoe groeien stalactieten?
Stalactieten. Stalactieten hangen aan het ‘dak’ van de grot en groeien naar beneden toe, hetgeen gebeurt doordat grondwater van het dak van de grot drupt en daar in de vorm van een druppel blijft hangen. Door het verlies aan koolzuurgas slaat de opgeloste calciet tegen het dak neer als een piepklein mineraaldeeltje.
Hoe zijn druipsteengrotten ontstaan?
Zalen met zuilen Druipsteengrotten ontstaan op plaatsen waar de bodem kalk bevat. Regenwater dat op de bodem valt, zakt erdoorheen en lost kalk in zich op. Als het dan uitkomt in een onderaardse holte, een grot, dan drupt dat water van het plafond op de grond.