Inhoudsopgave
Is het je of jouw moeder?
Jouw duidt altijd bezit aan, bijvoorbeeld: Ik heb het jouw moeder als eerste gevraagd. (de moeder van jou) Jouw presentatie was het best.
Hoe schrijf je volgensmij?
| volgens mij (ww.) | to my mind |
|---|---|
| volgens mij | in my opinion |
Je = jouw of jou zonder extra nadruk Als dat niet het geval is, is de gereduceerde vorm je beter: Ik heb het jou gevraagd, want jij kunt dit het best. Ik heb het je (liever niet: jou) gevraagd, maar je gaf geen antwoord. Jouw moeder houdt erg van toneel, maar mijn moeder helaas niet.
Is het volgens hun Of Volgens hen?
Een richtlijn is: je schrijft hun, als je het woord kunt vervangen door een voorzetsel + hen: ‘aan hen’, ‘voor hen’, ‘volgens hen’, ‘bij hen’. Maar helaas betekent niet elk voorzetsel dat het meewerkend voorwerp is. Als je meer wilt weten, kijk dan ook eens op de website van Onze Taal.
Is het voor hun of voor hen?
Om naar personen te verwijzen, is na een voorzetsel hen het aan te bevelen voornaamwoord, niet hun: voor hen, aan hen, met hen, door hen. Na een voorzetsel kan ook het onbeklemtoonde voornaamwoord ze gebruikt worden om naar personen (of naar zaken) te verwijzen: voor ze, aan ze, met ze, door ze.
Is het je of jouw?
Als bezittelijk voornaamwoord van de tweede persoon enkelvoud kan zowel de volle vorm jouw als de gereduceerde vorm je gebruikt worden. Jouw is nadrukkelijker dan je. Als er geen speciale nadruk nodig is, wordt in de praktijk vaker voor je dan voor jouw gekozen.
Is het je ouders of jouw ouders?
Het woord jou gebruik je dus om te verwijzen naar een persoon. Bijvoorbeeld: ‘Ik heb jou gisteren opgehaald’ of ‘Mijn moeder zag jou door de stad lopen’. Het woord ‘jouw’ wordt dus gebruikt om bezit aan te duiden.
Is het je fiets of jouw fiets?
‘Jouw’ (4 letters, wel een w) is een bezittelijk voornaamwoord en verwijst dus naar bezit: ‘ik heb jouw fiets geleend’. ‘Jou’ (3 letters, geen w) is een persoonlijk voornaamwoord en verwijst naar een persoon: ‘Ik heb jou zien fietsen’.
Wat is verschil tussen hen en hun?
De grammaticale functie bepaalt welke vorm je moet gebruiken: ZIJ = Onderwerp. HEN = Lijdend voorwerp + ALTIJD na een voorzetsel. HUN = Meewerkend voorwerp (of een ander indirect object)
Hoe gebruik je het woord hun?
Je kunt ‘hun’ alleen gebruiken als bezittelijk voornaamwoord of meewerkend voorwerp: ‘dat is hun mening’. Of: ‘ik geef hun allemaal een nieuw trainingspak’. ‘Hun’ komt altijd van pas als bezittelijk voornaamwoord. Dit is mijn kleding, en dat is hun kleding.
Is het hun of zij?
De regel voor het gebruik van hun of zij is als volgt: Je gebruikt zij als het in de zin de persoonsvorm is. Je gebruikt hun als het in de zin het meewerkend voorwerp is. Zij gaan morgen met het hele team naar een restaurant.